Deze brief stuurden we gisteren naar de raadsleden voor de vergadering over het warmtenet woensdag 3 december:


Onderwerp: Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (WGIW) & Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (BGIW) – Juridische verplichtingen en onomkeerbaarheid bij het vervolg op de startnotitie Warmtenet


Geachte raadsleden,

In aanloop naar de komende commissievergadering (3 december) willen wij u graag attenderen op belangrijke juridische consequenties van de nieuwe WGIW en BGIW, die direct relevant zijn voor het vervolgproces dat u met deze startnotitie in werking zet. Hoewel de startnotitie nog geen warmtegebied aanwijst, bepaalt zij wél het verdere traject waarin die aanwijzing kan plaatsvinden. Juist daarom is het essentieel dat de raad zich nu bewust is van de wettelijke kaders en de gevolgen daarvan.


Een warmtenet is géén automatisch voorkeursalternatief

Volgens de WGIW (m.n. Artikel 5.22g Omgevingswet, zoals ingevoerd door de WGIW) mag een gemeente pas van het aardgas af sturen wanneer zij aantoont dat het alternatief:

technisch haalbaar is; 

leveringszeker is;

financieel verantwoord en betaalbaar is;

aantoonbaar beter is dan redelijke alternatieven.

Het BGIW concretiseert deze eisen, onder andere via:

Artikel 3.2 BGIW → verplichte kostenvergelijking tussen alternatieven;

Artikel 3.3 BGIW → verplichting om betaalbaarheid voor verschillende type huishoudens te onderbouwen;

Artikel 3.4 BGIW → eisen aan leveringszekerheid, risico’s en technische haalbaarheid;

Artikel 3.5 BGIW → participatie en transparante motivering.

Deze onderbouwingen moeten aanwezig zijn vóórdat een gebied in het omgevingsplan kan worden aangewezen.

Waarom dit nu relevant is: De startnotitie legt de koers naar een warmtenet vast. Als daarbij onvoldoende ruimte blijft voor een objectieve vergelijking met alternatieven, neemt de raad al een richtinggevend besluit zonder dat de wettelijk vereiste onderbouwing aanwezig is.


Onomkeerbaarheid: het vervolgtraject is juridisch moeilijk terug te draaien

Wanneer de gemeente later, op basis van het vervolg op de startnotitie:

een gebied aanwijst dat van aardgas af gaat (Artikel 5.22g Omgevingswet),

en/of een warmtekavel vastlegt via de warmteregels uit de toekomstige WCW / Warmtewet 2, treden de volgende effecten in werking:

Nieuwe gasaansluitingen worden verboden (Gaswet, Artikel 10, lid 7).

Bestaande aansluitingen vervallen op termijn zodra een gebied definitief van aardgas wordt afgekoppeld.

De gemeente verplicht zich tot een langjarige duurzame warmtevoorziening.

Belangrijk voor de raad nu: Het vervolgtraject dat met deze startnotitie wordt ingeluid, is stap voor stap juridisch verankerend. Elke vervolgstap maakt terugkeren moeilijker omdat:

investeringsverwachtingen worden opgebouwd (BGIW → verantwoordingsplicht),

regionale afspraken worden vastgelegd (WGIW → samenhang met warmteprogramma),

toekomstige besluiten worden geïnterpreteerd als onderdeel van één consistent beleidskader.

U staat nog aan het begin van het WGIW/BGIW-traject, maar wél op het moment waarop u maximale beleidsruimte heeft.

Wat dit concreet betekent voor de gemeenteraad nu

De raad draagt de eindverantwoordelijkheid onder de WGIW/BGIW. Dat betekent dat u nu:

moet toetsen of de startnotitie voldoende open en objectief het verdere traject schetst (Artikel 16.55 Omgevingswet – motiveringsplicht);

moet eisen dat kosten, risico’s, alternatieven en leveringszekerheid volledig worden uitgewerkt voordat er richtinggevende keuzes worden gemaakt (BGIW 3.2 t/m 3.5);

moet vastleggen dat instemming met deze startnotitie géén aanwijzing van warmtekavels of warmtegebieden inhoudt.

Oproep tot zorgvuldige borging in deze fase

Wij vragen u daarom om de volgende voorwaarden mee te geven bij behandeling van de startnotitie:

Expliciete vermelding dat alternatieven gelijkwaardig moeten worden onderzocht, zoals hybride systemen, individuele oplossingen, gas en kernenergie (BGIW Artikel 3.2 – verplicht vergelijken van realistische alternatieven).

Een eis dat de financiële en technische onderbouwing conform WGIW/BGIW volledig wordt geleverd vóór een volgend besluit (BGIW 3.2–3.5 en Omgevingswet 5.22g).

De randvoorwaarde dat besluiten in deze fase geen vooringenomenheid richting een warmtenet creëren zolang de wettelijke toetsing nog niet heeft plaatsgevonden (Artikel 3:2 Awb – zorgvuldigheidsbeginsel, Artikel 2:4 Awb – verbod op vooringenomenheid).

Met de startnotitie begint het formele traject onder de WGIW/BGIW. Het is nu dat de raad maximale invloed heeft, en dat zorgvuldigheid essentieel is om toekomstige risico’s en onomkeerbaarheid te voorkomen. Wij hopen dat bovenstaande inzichten bijdragen aan een goed geïnformeerde en transparante besluitvorming.

Met vriendelijke groet,

PlasticFantastic 

#energietransitie #raadsleden #warmtenetten

Reacties

Populaire posts van deze blog