Vinden we het gek dat mensen boos worden?
De opvang zit vol. Dat wordt inmiddels niet eens meer ontkend.
De eerste opvang kan de toestroom niet meer aan. Daarom ligt er een spreidingswet op tafel om het probleem over het land te verdelen.
Maar laten we eerlijk zijn.
Dat voelt voor veel mensen niet als een oplossing. Dat voelt als het verplaatsen van een probleem dat aan de voorkant ontstaat.
Tegelijk zie je iets anders.
Al langer geeft een grote groep mensen aan dat de instroom omlaag moet. Dat is geen kleine minderheid. Dat is een breed gedragen gevoel in de samenleving.
En wat gebeurt er vervolgens?
Er komen bijeenkomsten met omwonenden. Mensen willen hun zorgen uitspreken.
Maar nog voordat het gesprek goed en wel begint, staan er ME-busjes klaar.
Dan gaat er iets mis.
Want wat zegt dat beeld eigenlijk?
Niet: we gaan in gesprek.
Maar: we rekenen op problemen.
En precies daar schuurt het.
De meeste mensen die hun zorgen uiten zijn geen relschoppers. Dat zijn gewoon inwoners die zien wat er gebeurt in hun omgeving en daar vragen over hebben. Die willen begrijpen wat er speelt. Die willen invloed hebben op wat er in hun straat gebeurt.
Als je die mensen benadert alsof het een veiligheidsrisico is, dan voelt dat niet als de-escalatie.
Dan voelt dat als wantrouwen.
En ondertussen zie je in talkshows en kranten vooral de uitzonderingen terug.
De incidenten. De onrust. De mensen die over de grens gaan.
Maar de grote groep die gewoon een gesprek wil voeren, zie je nauwelijks.
En dan ontstaat er een gevaarlijke dynamiek.
Zorgen worden niet gehoord, maar geclassificeerd.
Boosheid wordt niet begrepen, maar gelabeld.
En een gesprek wordt geen gesprek meer, maar een situatie die “beheerst” moet worden.
Dan moet je niet verbaasd zijn dat mensen afhaken.
Of juist harder gaan praten.
Misschien zit de echte vraag wel hier:
Als je het gevoel hebt dat er niet naar je geluisterd wordt, en je wordt tegelijk benaderd alsof je een risico bent…
hoe ziet de-escalatie er dan eigenlijk nog uit?
Reacties
Een reactie posten